Sluiten

Taal en TechComm, aanvullingen bij ‘Over de economische betekenis van taal’

Op maandag 12 november stelde de Taalunie haar rapport “Over de economische betekenis van taal” voor. In het rapport analyseert de Taalunie waar de taalsector precies staat in de maatschappij van het Nederlandse taalgebied en wat de economische impact en toekomst ervan is.

De taalsector in het Nederlandse taalgebied

De opstellers van het rapport bouwen verder op gelijkaardige studies, maar zien het breder. Enerzijds kijken ze niet enkel naar Europa, maar naar de taalsector in het bredere Nederlandse taalgebied. Anderzijds vullen ze de definitie van de taalindustrie ook ruimer in en geven ze een stem aan mensen in andere taalberoepen “zoals logopedisten, (tekst)schrijvers, journalisten en anderen”.

Binnen die bredere scope onthult hun enquête interessante resultaten. Zo blijkt dat de taalsector niet weg te denken is uit de economie van het Nederlandse taalgebied. We zijn alomtegenwoordig! En waar taal is, blijft ook het Nederlands aanwezig: ‘Vrijwel alle respondenten bieden hun diensten en producten ook in het Nederlands aan,’ stelt het rapport. De taalindustrie doet het goed en voelt zich ook optimistisch op economisch vlak. Toch investeert de sector niet in innovatie. Het rapport wijt dit aan een dubbele kijk op technologie: ‘Technologische ontwikkelingen, zoals machinevertalingen, worden niet alleen als kansen, maar ook als bedreigingen gezien.’ Als laatste conclusie stelt het rapport dat de verschillende regio’s hun taalprofessionals op verschillende manieren inzetten. Zo heeft Nederland meer taalkundigen in het onderwijs en in België gaan ze meer als vertaler aan de slag.

Na de voorstelling, volgde er een kort debat over het thema en het belang van het rapport. Vooral de meetbaarheid van de oplossingen die de taalsector aanbiedt, kwam aan bod naast een discussie over het taalonderwijs. Zoals gezegd: het was een kort debat. Een aantal belangrijke thema’s is niet de revue gepasseerd.

Taal en Flow

Taal is voor Flow Technical Communication wat metaal is voor de bouwsector: een deel van de oplossing. Het is een belangrijk, vaak onmisbaar middel om ons doel te bereiken, namelijk kennis doorgeven. Of het nu gaat om een instructie, procesbeschrijving, veiligheidsinformatie…

Het beheer van content is sterk aan het veranderen, zelfs in kleine organisaties.

Het beheer van die taal, van inhoud of content, is sterk aan het veranderen, zelfs in kleine organisaties. Je kan taalbeheer vergelijken met wat energiebeheer vroeger was: zo alomtegenwoordig dat het bijna niet opviel, business as usual. Het was ook minder complex dan nu. En er was ook genoeg administratief personeel om zich erover te ontfermen.

Vandaag ligt dat anders. Bedrijven moeten meer en meer zaken documenteren, up-to-date houden, vertalen… Bedrijven contacteren Flow omdat ze merken dat ze overspoeld raken. Ook kleinere bedrijven worden getroffen. De overvloed aan documentatie wordt al snel niet meer werkbaar en te duur. Volgens mij gebeurt dat vooral om twee redenen: de druk van de markt en nieuwe technologieën.

Taal = expliciete kennis, kennis = concurrentieel voordeel

Bedrijven en organisaties worden gepusht door de markt. Ik zag het vorige week nog bij een klein maar hoogtechnologisch bedrijf in Nederland dat een schijnbaar eenvoudige vraag had: “Hoe beheren we onze content beter? We gaan daar nu niet bewust mee om. Dat levert ons in een markt waarbij we evolueren van een productiebedrijf naar een diensten/project-bedrijf (waar kennis nóg belangrijker is) een competitief nadeel op.”

Dat is op zich een eenvoudig maar heel breed probleem, want iedereen gebruikt taal en schrijft content. Hoe begin je daaraan? En hoe zorg je dat nieuwe medewerkers sneller kunnen meedraaien? En wat als er kennis vertrekt, zoals wanneer iemand met pensioen gaat?

Slimme ICT-tools vragen slim gebruik

Daarnaast worden bedrijven ook gepusht door nieuwe technologieën, zoals augmented reality, samenwerkingsplatformen zoals Office 365, distributie van content op allerlei apparaten zoals smartphones, tablets, slimme brillen etc. Dat dwingt hen om na te denken over hoe hun huidige contentprocessen (als ze die al hebben) daarin passen. Ook inzichten uit totaal ongerelateerde domeinen (Business Intelligence, big data, gestructureerde omgevingen etc.) helpen daarbij. We mogen de keuzestress niet vergeten die al die functioneel overlappende tools met zich meebrengen.

Nieuwe tools vragen slim (taal)gebruik.

Die tools zijn de automatisering van bedrijfsbibliothecarissen, documentatieafdelingen, secretariaatspersoneel, bedrijfspers etc. Ze vragen slim gebruik. Zo moet je bijvoorbeeld je manier van schrijven soms aanpassen zodat je taalproduct meer geschikt is om hergebruik te bevorderen, of snelle aanpassingen of betere vertalingen te ondersteunen.

Slim omgaan met praktische kennis, uitgedrukt in taal

Beide evoluties hebben er nu voor gezorgd dat kennisintensieve organisaties voor hun technische communicatie (en wellicht ook voor andere vormen) op zoek zijn naar betere content en efficiënter contentbeheer, waar taal een belangrijk onderdeel van is.

Flow helpt zijn klanten om slim om te gaan met content.

Als technische-communicatiespecialisten helpen wij onze klanten slim om te gaan met content. Dat heeft een impact op de hele ketting: hoe je samenwerkt, wat je schrijft, presenteert, beheert of vertaalt. We helpen aan de ene kant met de automatisering (XML, single sourcing, hergebruik etc.). Aan de andere kant helpen we onze klanten ook bewust en efficiënt om te gaan met al die talige en mindere talige uitingen van kennisoverdracht. Het economische belang daarvan is niet te onderschatten.

De oplossing bestaat uit taal, beeld (video, foto, tekening, animatie, nieuwe zaken zoals augmented reality), en technologie (collaboratieplatformen zoals SharePoint, Office 365, maar zeker ook XML voor single sourcing en hergebruik). En dit alles in standaarden zoals templates, metadata, en DITA, gekoppeld aan advies daarover.

Hoe kan een georganiseerde taalsector daarbij helpen?

Als het debat over het rapport iets langer was geweest, had ik graag gehoord hoe we dergelijke uitdagingen kunnen opvangen. Ik ben er immers van overtuigd dat we als deel van de taalsector allemaal interessante perspectieven en oplossingen kunnen aandragen.

Vanuit mijn professionele achtergrond heb ik alvast de volgende suggesties:

  • kennis verspreiden over de activiteiten, domeinen en doelstellingen van de taalprofessional en taalbedrijven
  • wegen op het beleid:
    • Onderwijs: als kennis doorgeven zo belangrijk is, dan is taalbeheersing net zo belangrijk. Zeker ook in het technisch onderwijs.
    • Taalbeleid:  als taal zo’n belangrijke grondstof is voor ons, mogen we dan ook wegen op het taalbeleid? Dat kan dan gaan over spelling, maar ook over talige aspecten in andere sectoren zoals overheidscommunicatie, juridische communicatie etc.
  • onafhankelijk onderzoek stimuleren:
    • De relatie tussen taal en beeld
    • De specifieke talige aspecten in domeinen als artificial intelligence
  • normen en standaarden ontwikkelen:
    • Kwaliteitsnormen
    • Informatiemodellen voor specifieke deelsectoren (zoals DITA voor technische documentatie)

 

(Wouter Verkerken)